HOME

 

FOTO's! Sulawesi

 

Pole Pole Reizen

    

REISVERSLAG SULAWESI

Ons reisverslag van dag tot dag

12 april - 3 mei 2008

(door Pasca)

 

Reis geboekt bij:

Van Verre

Klik hier voor meer informatie over Sulawesi

Sulawesi Startpagina

Google Map Sulawesi

Zoek je een betrouwbare gids in Sulawesi? Neem contact op met:

korne@malolotravel.com

Korne woont in Sulawesi, is er geboren en getogen. Spreekt Nederlands en Engels!

De route: Bali - Makassar - Sengkang - Toraja - Pendolo - Tentena - Donggala - Manado - Tangkoko - Bunaken - Singapore
De route: Bali - Makassar - Sengkang - Toraja - Pendolo - Tentena - Donggala - Manado - Tangkoko - Bunaken - Singapore
De route: Bali - Makassar - Sengkang - Toraja - Pendolo - Tentena - Donggala - Manado - Tangkoko - Bunaken - Singapore
De route: Bali - Makassar - Sengkang - Toraja - Pendolo - Tentena - Donggala - Manado - Tangkoko - Bunaken - Singapore

Vertrek                            : 12 april 2008

Operator ter plaatste         : Caraka Travelindo

Datum thuiskomst              : 3 mei 2008

Luchtvaartmaatschappij      : Singapore Airlines

 

De route: Bali - Makassar - Sengkang - Toraja - Pendolo - Tentena - Donggala - Manado - Tangkoko - Bunaken - Singapore

 

Na ± 12½ uur vliegen komen we aan op Changi Airport het vliegveld van Singapore. De vlucht is prima verlopen. In Singapore is het 3 uur wachten voordat onze vlucht vertrekt naar Bali, maar die tijd komen we op het vliegveld wel door. Changi is een erg groot en luxe vliegveld, veel restaurantjes, hotels, massagesalons, winkels met de meest uiteenlopende merken en artikelen, vijvers, grote buitentuinen en je kunt er zelfs naar de kapper en de manicure. Wederom vertrekt de vlucht keurig op tijd en om 12.00 uur plaatselijke tijd komen we aan op Ngurah Rai International Airport het vliegveld van Bali. We kopen ons visum (25,- USD pp. kan ook in euro’s betaald worden) en halen de rugzakken van de band. Bij de uitgang staan tientallen operators en taxichauffeurs met bordjes met namen erop in hun hand. Onze naam is zo gevonden en een vriendelijke chauffeur brengt ons naar Sanur. Herkenning als we Sanur naderen. Op het eerste gezicht is er niet veel veranderd in 7 jaar tijd, gelukkig maar.  

Dit keer hebben we gekozen voor het Puri Santrian. We worden uiterst vriendelijk welkom geheten, krijgen opfrisdoekjes met menthol en vullen onze gegevens in. Glaasje drinken en dan naar de kamer. Die is ruim en heerlijk koel. De schoenen gaan uit, de slippers gaan aan! Eerst maar eens Sanur in, kunnen we direct wat inkopen doen om de koelkast te vullen. De hoofdstraat is nog echt hetzelfde, we herkennen diverse winkeltjes en doen zelfs inkopen bij “ons” supermarktje en zelfs dezelfde dame achter de kassa!   

Vanuit het hotel lopen we zo het strand op. Wat is hier veel veranderd! We herkennen het niet meer…Veel tentjes met kleding en souvenirs en veel restaurantjes. Er ligt zelfs een heuse boulevard. Rustig wandelen kan er echter niet meer, de verkopers zijn behoorlijk opdringerig. Kijken je boos aan als je niet even in hun shop wil kijken. Tot overmaat van ramp horen we “kijken, kijken, niet kopen”. Jammer, het is hier ook zo ver. Niet geheel onbegrijpelijk dat de verkopers zo reageren. Na de bomaanslagen op Bali hebben de toeristen het af laten weten. Het trekt nu wel weer aan maar het toerisme is nog lang niet op het oude niveau. De bevolking moet het ook maar zien te rooien. We kunnen het niet laten en lopen naar het Sanur beach hotel, het hotel waar we onze vorige reis naar Bali verbleven. Was dat zwembad er toen ook al? Alles lijkt een stuk groter dan in onze gedachten. De tuin is nog net zo mooi. Via de achteringang lopen we door het hotel naar de hoofdingang en staan na enkele minuten weer op de hoofdweg van Sanur.

De eerste dag maken we het niet te laat. Aan eten moeten we nu niet meer denken, het vliegtuigvoedsel (overigens erg smakelijk) was meer dan voldoende. Om 19.30 uur houden we het voor gezien, we kunnen onze ogen niet meer open houden. Vannacht om 02.00 uur wakker, beetje te vroeg toch nog maar even proberen te slapen. Tot onze verbazing doen we dat tot 07.45 uur. Kopje koffie, ontbijten, het hotel verkennen en dan lekker aan het zwembad liggen. Tegen de middag slenteren we door Sanur. We informeren vast naar I Wayan Sugita. 7 jaar geleden heeft hij ons heel Bali laten zien. Verschillende dagen zijn we er met hem op uitgetrokken. Tevens heeft hij ons toen uitgenodigd om een ceremonie bij te wonen, de hele dag met de familie op stap geweest, achter in de auto met de offerbakjes op schoot, diverse tempels bezocht, geweldig! We hebben daar veel foto’s van gemaakt en Wayan gaf aan dat hij de foto’s graag wilde hebben als we ze persoonlijk kwamen brengen. Dat willen we nu dus doen. Zijn restaurant hebben we zo gevonden, alleen is dat niet meer van hem, het heeft een andere eigenaar en heet nu Cats en Fiddels. Dan maar naar zijn woonhuis, helaas niemand thuis, maar als we wat informeren blijkt hij er inderdaad nog te wonen. We proberen het later nog wel, rond 18.00 uur is hij meestal thuis, wordt ons verteld. 

Om 18.00 uur zijn we aanwezig en Maddy, de vrouw van Wayan, komt ons al tegemoet. Wij herkennen haar en zij kent ons direct! Wayan wordt direct onder de douche vandaan geplukt, het weerzien is hartelijk en er wordt gezellig gekletst. Ze zijn blij met de foto’s. Ook nu worden er weer foto’s gemaakt, Wayan lacht al en zegt dat hij ze wel wil hebben als we ze persoonlijk komen brengen! Wie weet… 

We eten heerlijk in het Tia Garden restaurant (chicken sate en gestoomde garnalen). Een van de medewerkers geeft ons een brief mee voor vrienden in Nederland, uiteraard gaan wij er voor zorgen dat die bezorgd wordt. We brengen de rest van de avond door op ons terras. De wekker gaat op 05.00 uur. Morgen naar Sulawesi! 

Volgens de piloot van Garuda Airlines duurt de vlucht naar Makassar (Sulawesi) 1 uur en 1 minuut, ze zijn erg precies! De vlucht verloopt prima. De luchthaven van Makassar is klein, zo klein dat de bagageband 10 meter lang is en er geen retourbocht in zit zodat op het eind van de band alle bagage op een grote hoop op de grond belandt. Onze rugzakken kunnen we tijdig van de band plukken. Nadat we een werkende ATM machine hebben gevonden en onze rupiah gepint hebben maken we kennis met onze chauffeur voor de komende dagen. Zijn naam is Udin, en hij verwelkomt ons met een "big smile". We mogen hem direct.

Tijdens onze rit van het vliegveld naar Makassar, de hoofdstad van Sulawesi, krijgen we een eerste indruk van de stad, druk, groot, rommelig en chaotisch. De stad telt 1 ½ miljoen inwoners. Overal rijden blauwe busjes, dit zijn de busjes van het openbaar vervoer. Oude en nieuwe gebouwen wisselen elkaar af. Er wordt hard gewerkt aan een nieuwe weg van het vliegveld naar Makassar-stad wat op dit moment enig oponthoud geeft. Mannen staan in de verzengende hitte te graven en te asfalteren en hebben ondanks dat nog het vermogen om vrolijk naar ons te zwaaien. Hun shirts zijn nat en het zweet loopt van hun gezichten, wat een werk. We slingeren door de drukte naar ons hotel, het Pantai Gapura. Als we stoppen in een erg drukke straat kunnen we eerst niet geloven dat hier ons hotel is. De ingang bevindt zich tussen 2 gebouwen, eenmaal binnen kijken we onze ogen uit. Het terrein is groot en voorzien van hotelkamers en cottages, vrij staande huisjes met zicht op het zwembad of de zee. Het is prachtig en heerlijk rustig, en dan te bedenken dat je midden in de stad zit. Je merkt er hier niets van! We nemen afscheid van Udin hij zal ons morgen, samen met de gids, om 09.00 uur ophalen, wat een luxetijd.  

Na een drankje worden we naar ons huisje gebracht. De cottages zijn erg ruim en het terras bevindt zich boven het water. Het restaurant bevindt zich op een boot, heel apart. We maken wat foto’s, verkennen het hotel en besluiten dan even de straat op te gaan. Wat koude pilsjes halen want die lusten we wel vanavond. De straat op gaan is al een belevenis op zich. Iedereen wil een praatje maken, staart je nieuwsgierig aan en glimlacht, kinderen lopen met ons op, fietsers stoppen, taxi’s toeteren, wat een drukte…en het is al zo warm. Maar wij vinden het geweldig, welkom in Sulawesi! 

’s Middags genieten we nog even van het zwembad wat we voor ons alleen hebben, buiten de drie zwembadmedewerkers die het goed in de gaten houden, gelukkig hebben we allebei A en B. Omdat we geen zin meer hebben om uit eten te gaan bestellen we roomservice, lekker makkelijk. We gaan op tijd slapen, morgen begint onze rondreis.

Om 05.30 zijn we op en zetten we eerst een kop koffie. We wandelen wat rond en zien al heel wat bedrijvigheid aan het water, de zon komt net op. Het ontbijt (op de boot) smaakt heerlijk, daarna gaan de laatste spullen in de rugzak en checken we uit. Onze gids staat ons al op te wachten. Zijn naam is Kornelius, Korne mag ook, en hij komt uit Toradja. Zijn Nederlands is uitstekend, hij heeft gestudeerd in Leuven (Belgie) en dat verklaart tevens zijn leuke accent. Kornelius is een vriendelijke, rustige man en net als bij Udin, klikt het direct tussen ons. Vanuit Makassar hebben we een 5 uur durende rit voor de boeg. De eindbestemming van vandaag is Sengkang. De rit er naar toe is prachtig. Na ± 3 kwartier rijden laten we de stad achter ons en wordt het wat overzichtelijker, veel groen, rijstvelden, enorme bergen en kleine dorpjes. Via de poortboog laten we Makassar achter ons en rijden we het Maros gebied binnen, het gebied van de Buginezen. We zien de Marosrivier en rijden langs de centrale markt. In de dorpjes hangt overal de was te drogen en zitten vrouwen bij kleine vuurtjes over potten en pannen gebogen, kinderen spelen op straat. Onderweg passeren we de “witte berg”, en dat is precies wat de naam al aangeeft, tussen donkere bergen zien we een witte berg, heel bijzonder. In het Maros gebied wordt voornamelijk natte rijst gekweekt, deze rijst kan men 2 keer per jaar oogsten. Ook zijn er veel Tamarinda bomen, de vrucht van de Tamarinda wordt gebruikt als lekkernij, op een stokje lijkt het net op onze zuurstok. 

We komen, wederom via een poortboog, aan in het Wajo district waarvan Sengkang de hoofdstad is. Sengkang is een nog niet toeristisch gebied. We lunchen in Sengkang in een ongezellig (lees witte tegels en tl-lampen) restaurant. Veel keus hebben we echter niet, het is het enige restaurant, maar het eten smaakt uitstekend. We overnachten in Hotel Apada het voormalig verblijf van een Bugineze prinses, daar is echter weinig van te merken, geen Koninklijke snufjes meer, het is heel eenvoudig. Plastic bloemen die hun kleur hebben verloren proberen de kamer nog op te vrolijken, helaas zonder succes. Wel is er een airco aanwezig, maar die doet het door de stroomstoring niet. De badkamer is klein en ronduit vies, volgens ons is de badkamer 5 jaar geleden voor het laatst gebruikt en op deze manier achtergelaten. Ondertussen doet de imaam zijn gebed, uiteraard mogen de luissprekers niet ontbreken zodat de 15.000 inwoners van Sengkang, wij inclusief, mogen meeluisteren. Laat nou net de grootste moskee van Zuid Sulawesi op 300 meter afstand van ons hotel liggen. Uiteraard gaan we daar ook even een kijkje nemen.

Om 16.00 uur maken we een boottrip over het Tempemeer. Een vriendelijke bootsman voert ons langs het dagelijkse leven aan de waterkant. Het meer wordt gebruikt voor alle dagelijkse dingen, kleding wassen, een bad, tanden poetsen, drinkplaats voor het vee en om de afwas te doen. Vanuit onze boot hebben we schitterende uitzichten. We varen door een waterdorp en Korne regelt voor ons een bezoekje aan een plaatselijke familie. We worden hartelijk ontvangen in hun drijvende woning. Het huis bestaat uit een keukentje, toilet, slaapkamer en een woonkamer. In de woonkamer staat helemaal niets, geen tafel, stoelen of kasten. Schoenen uit voordat we binnengaan. We mogen in de woonkamer op de smetteloze vloer plaatsnemen en worden getrakteerd op gebakken banaan en thee. Voortreffelijk! Helaas is ons Indonesisch niet meer wat het is geweest en communiceren doen we via Korne. De man des huizes is visser, de hele dag is hij met zijn bootje onderweg, de gevangen vis wordt schoongemaakt op een klein plateau achter het huis en daarna gedroogd. De vrouw des huizes is een en al vriendelijkheid, runt het huishouden en blijft de thee in onze kopjes aanvullen. Tegen zonsondergang nemen we afscheid en varen we in het schemerdonker terug. Aan de oevers is het een drukte van belang, de visvangst wordt binnengehaald en in bakken gelegd met grote brokken ijs. Eenmaal bij het hotel blijkt de elektriciteit het weer te doen, en na enig gedoe krijgen we ook de airco aan de praat. Douchen slaan we vandaag maar over, de douche is niet echt uitnodigend. 

Korne komt informeren of we een biertje willen drinken, het hotel mag namelijk geen bier verkopen ivm. het geloof. Toch zijn er enkele minder gelovigen in de stad want via via weet Korne aan 2 pilsjes te komen. Deze worden trots gebracht door een medewerker van het hotel, nog nooit zo’n lauw bier gedronken… We kunnen er hartelijk om lachen, we genieten van de avond en gaan dan lekker slapen.  

Om 05.00 uur gaat de “wekker”, niet die van onszelf, de klanken komen uit de moskee. Het is tijd voor het ochtendgebed, maakt niets uit, we waren toch van plan om vroeg op te staan. Na een eenvoudig, maar heerlijk ontbijtje vertrekken we uit Sengkang. Op onze weg naar Toraja gaan we eerst naar een zijdeweverij, we zien hier hoe zijden kleden worden gemaakt, het ziet er erg ingewikkeld uit en er moet veel bij geteld worden. 2 enthousiaste meisjes willen graag met ons op de foto, geen probleem. We komen in hetzelfde dorpje ook langs een woning waar een man bezig is de zijden draad op grote klossen te draaien, nadat we dit bekeken hebben vervolgen we onze weg. We hebben een rit van 6 uur voor de boeg. Onderweg maken we verschillende fotostops en op de helft van de route bezoeken we de vrouw van Udin. Udin woont in een klein dorp waar ze de zijden draad winnen. We worden vriendelijk ontvangen en mogen het hele proces volgen, van rups tot zijdedraad, er wordt ons wel verzocht zo veel mogelijk foto’s te maken. Zouden we die op willen sturen? Doen we! We nemen een kijkje in een ruimte waar de rups wordt grootgebracht tot deze een cocon vormt. Nadat de coconnen zijn gedroogd worden ze in een pan gekookt tot de zijde van de cocon los laat. De draad wordt van de cocon gehaald en daarna op klosjes gewikkeld. Wat er over blijft van de cocon, inclusief rups, wordt gebruikt als kippenvoer.

We maken kennis met de vrouw van Udin. Helaas spreekt ze geen Engels dus een gesprek wordt moeilijk. Er zijn enkele kinderen die ook graag een foto willen en ze vinden het geweldig om zichzelf terug te zien op de camera. We nemen afscheid en laten Korne tegen de vrouw van Udin zeggen dat we goed op Udin zullen passen. Een verlegen gegiechel is haar reactie.  

Het landschap wordt steeds mooier, de zon schijnt aan een stralend blauwe lucht. De granieten bergen zijn immens, grillig en ruig, het lichtgroen van de rijsterassen lijkt te glinsteren door het water wat zich op de terrassen bevindt, een prachtig gezicht. We passeren de “mannelijke” berg en dus mag na enige tijd de vrouwelijke berg niet ontbreken. Deze wordt ook wel de erotische berg genoemd. Zie foto. Ook hier zit een mythe aan vast over een ladder naar de hemel en dat familie nooit met elkaar mag trouwen.  

We komen langs een soort wegrestaurantje en maken hier een stop. Udin staat al klaar met de doos tissues, hij heeft gelijk alles in de gaten, op geen enkel toilet vind je hier toiletpapier. Het restaurantje heeft ook een klein winkeltje wat volgestouwd is met snoep, fris, koekjes, zeep, tandpasta en souvenirs. We doen wat inkopen en worden teruggeroepen als blijkt dat we teveel hebben betaald. Hoezo eerlijk! Vanaf het kleurrijke open terras hebben we uitzicht op de vrouwelijke berg. 

We gaan weer op weg en na enkele uren naderen we de toegangspoort van Torajaland. Heel gepast stappen we uit de bus en wandelen we Tana Toraja binnen, geweldig moment! Over dit gebied hebben we al veel gehoord en veel gelezen. Het schijnt een van de meest interessante gebieden van Sulawesi te zijn en misschien wel van heel Indonesië. Dat mogen wij nu zelf gaan ontdekken! We rijden eerst naar een restaurant met geweldig uitzicht, hebben er een heerlijke lunch en rijden vervolgens naar ons hotel, Marante Toraja in Marante, een mooi gelegen hotel, wederom geen enkele toerist te bekennen, er kunnen hier 200 gasten verblijven en wij zijn de enige twee, het voltallige personeel is wel aanwezig. Marante ligt enkele kilometers buiten Rantepao, Rantepao is een klein stadje met 42.000 inwoners. De ontvangst in het hotel is erg leuk, massage en een drankje. Mijn massage geef ik aan Korne, heeft hij wel verdiend. Het is gaan miezeren maar dat laat de pret niet drukken.

We nemen voor vandaag afscheid van Korne en Udin. Korne kan lekker thuis slapen en Udin gaat naar een pension. Wij pakken onze rugzakken gedeeltelijk uit en genieten daarna van een Toraja koffie op het terras. Lekker lui, boekje lezen en ons dagboek bijwerken.   

Vandaag een interessante dag voor de boeg. Om 05.45 staan we op, genieten van een continentaal ontbijtje met Tamarella sap. Het is behoorlijk fris vanmorgen, er hangt een dikke mist, hopelijk blijft het droog. Vanuit Marante rijden we via Rantepao naar Lemo. Onderweg begint de zon te schijnen. Via een hobbelige weg met aan weerzijde rijstvelden, en hoge bergen komen we aan in Lemo. In Lemo bevinden zich enkele woningen, souvenirwinkeltjes en het loket om een toegangskaartje te kopen. We worden vrolijk begroet en beloven op de terugweg even in de winkeltjes te kijken. Via een mooi pad bereiken we de rotsgraven. Een hoge berg van graniet in een groen landschap waar zich de zogenoemde rotsgraven bevinden, sommige graven bevinden zich op 15 meter hoogte. In de rots worden overledenen bijgezet. De rots heeft balkons waarop Tau Tau poppen zijn geplaatst die uitkijken over de prachtige rijstvelden. Een Tau Tau pop is een evenbeeld van de overledene. Korne legt uit dat “Tau”, mens betekent en dat “Tau Tau” niet menselijk is. Niet elke overledene krijgt een Tau Tau pop, het ligt er aan hoe welgesteld men is. Als men geen geld heeft kan men zich geen rotsgraf en Tau Tau pop veroorloven. De overledene van een arme familie wordt bijgezet in een natuurlijk rotsopening. Deze natuurlijke rotsopeningen zijn op veel plaatsen te vinden en overal zien we dan ook schedels en botten liggen. De meeste rotsgraven worden afgesloten met mooi versierde deurtjes vaak is hierop een kop van een stier te zien. Via een mooie route wandelen we terug, het laatste stukje gaat door de rijstvelden. 

We vervolgen onze route naar Kambira in het district Sanggalla, hier bezoeken we een begraafplaats voor overleden baby’s. Voordat we naar de begraafplaats gaan nemen we een kijkje bij een typisch Toraja huis in aanbouw. Het is een ware kunst hoe deze huizen met hun typische daken (het dak lijkt op een zadel) worden gebouwd. Vroeger deed men ongeveer een jaar over de bouw, tegenwoordig met nieuwer gereedschap ongeveer een half jaar. Korne legt uit dat het dak symbolisch een boot is, de huizen worden nog steeds op deze manier gebouwd om de voorouders te eren die per boot naar Toraja zijn gekomen. Toraja betekent volk van de westelijke kant, Toradja betekent hooglander. De voorkant van een typisch Torajahuis ligt altijd naar noorden, uit deze richting kwamen de voorouders. 

In Kambira bezoeken we de zogenoemde babyboom. Overleden baby’s die nog geen tandjes hebben worden in een broodvruchtboom bijgezet. Er wordt een opening in de stam van de boom gemaakt en de baby wordt in foetus houding bijgezet, hierna wordt het gat afgesloten. De boom die wij bezoeken is ongeveer 200 jaar oud en er bevinden zich ± 15 graven in. Tegenwoordig begraaft 3% van de bevolking van Toraja nog op deze manier hun overleden kind. 

Korne heeft ’s morgens al gehoord dat er in Kalanlu, ten westen van Rantepao, een begrafenis ceremonie wordt gehouden. De overledene is twee weken geleden overleden en vandaag zijn familie, vrienden, kennissen en buurtbewoners bijeengekomen voor de ceremonie. Op het terrein wat we betreden zijn zo’n 300 gasten aanwezig. Ze zitten met groepjes bij elkaar onder geïmproviseerde zeilen afdakjes of rondom de woning van de overledene. Iedereen is wel ergens mee bezig, vlees snijden,eten kruiden, vlees in bamboehulzen stoppen, eten koken, bakken en grillen. We zijn van harte welkom en krijgen een ereplaats aangewezen, direct komt men koffie en cake brengen. We voelen ons een beetje opgelaten, maar de familie laat duidelijk merken dat ze blij zijn met ons bezoek. We moeten hier onze Nederlandse gedachten even opzij zetten. Er wordt onderling gelachen en gekletst, het lijkt net een gezellige reünie. Her en der worden er varkens geslacht, deze zijn tevens voor de lunch de rest wordt verdeeld. Op één plek worden de varkens gedood met een messteek in het hart. Het gekrijs van de beesten gaat door merg en been. Overal branden vuurtjes waarop de varkens van hun haar worden ontdaan. Daarna worden de ingewanden verwijderd en het vlees wordt geroosterd. Udin is in de bus achtergebleven, als Moslim weigert hij bij varkens in de buurt te komen. We worden voor de lunch uitgenodigd en er wordt vriendelijk gevraagd of we de overledene willen zien. De broer van de overledene neemt onze gift in ontvangst. We vinden het hele gebeuren erg indrukwekkend en kunnen het allemaal niet een, twee, drie bevatten. We hadden het in ieder geval niet willen missen, deze ceremonies horen bij Toraja. 

Onderweg komen we een indrukwekkende stoet tegemoet. Tientallen auto’s en brommers met vlaggen en getoeter, wij denken aan een demonstratie, het blijkt echter een begrafenisstoet te zijn.  

Nog onder de indruk van de ceremonie rijden we naar Kete’ Kesu’, een van de mooiste traditionele dorpen van Toraja. Dit dorp heeft traditionele rijstschuren (met dezelfde daken als de huizen) en de huizen worden nog steeds met bamboe daken gebouwd. Tegenwoordig gebruikt men bij nieuwbouw vaak golfplaten die eerst worden geschilderd. Korne kan ons veel over dit dorp vertellen, hij is er opgegroeid! Tegenwoordig woont hij in Rantepao, maar hij komt nu even thuis. Een eindje voor Kete’ Kesu’ stappen we uit en wandelen via een mooie route naar het dorp. Onderweg zien we een karbout (buffel) lekker in de modder liggen. Een karbout heeft hier een grote betekenis, deze worden vaak bij ceremonies geofferd. Het dier wordt in de watten gelegd tijdens zijn leven (wordt gewassen, krijgt goed voedsel en er wordt mee “gewandeld”). Een karbout is erg kostbaar. De huizen van Kete’ Kesu’ zijn rijk versierd er prijken op de woningen diverse hoorns van karbouten en er zijn mooie schilderingen. Dit dorp heeft tevens een ceremonieveld, hierop staan de “menhirs”, dit zijn grote stenen pilaren (denk aan Astrix en Obelix) die worden bijgezet voor een overleden persoon. Het is geen begraafplaats maar de stenen worden gezien als gedenksteen. De ceremonieplaats is nog altijd in gebruik. In Kete’ Kesu’ bezoeken we ook de hangende graven. Deze graven bevinden zich tegen de rotswand op houten plateaus. De kisten die gebruikt worden zijn in de vorm van een Torajahuis. Alles is van hout en door rotting vallen diverse kisten naar beneden. We moeten uitkijken waar we lopen want her en der liggen schedels en beenderen. In een grot, hoger op de berg, bevinden zich diverse recente graven, dit is de huidige begraafplaats. Nabestaanden brengen drank, sigaretten en fruit naar de grot. Ook zien we gebruiksvoorwerpen waaronder een elektrische waaier. Op de terugweg begint het te regenen en niet zo’n beetje ook. Udin staat buiten het dorp geparkeerd en doornat komen we bij de bus aan. De straten staan blank en iedereen zoekt een onderkomen, handelswaar langs de kant van de weg wordt binnengehaald of met een stuk zeil bedekt. Tegen 16.00 uur zijn we terug in het hotel. Indrukwekkende dag achter de rug!  

In het hotel heerlijk gegeten. Het toetje bestond uit gebakken banaan met palmsuiker en kaas. Super! Vandaag een nieuwe dag in Toraja. Na een goed ontbijt vertrekken we om 08.30 uur naar Bori. Een klein plaatsje ten noorden van Rantepao. Op een glooiende helling bevinden zich menhirs (rotsen in de vorm van pilaren) van 50 cm tot wel 7-8 meter hoog. De menhirs zijn op hun plek te krijgen door pure mankracht en samenwerking, er komt geen machine aan te pas. De samenwerking hoort bij de traditie, er wordt bewust niet gekozen voor de makkelijke manier. In Bori zien we ook traditionele Toraja huizen in het klein. In deze huisjes wordt de overledene gelegd voordat hij of zij wordt bijgezet in een rotsgraf. Dit kan enkele weken tot jaren duren. Een eindje verder de berg op zien we mannen die zijn ingehuurd om een rotsgraf met hamer en beitel uit te hakken, dit wordt een  familiegraf en het wordt 2 meter breed en 3 meter diep. Ze doen over zo’n graf ongeveer een jaar. Ongelooflijk zwaar werk, de mannen werken in het schemerdonker in constante stof. De familie huurt deze mannen in om alvast een graf te maken, dit alles ter voorbereiding mocht er iemand overlijden. Het uithakken met hamer en beitel (en dus niet met moderne machines) hoort ook bij de traditie.  

Vanuit Bori vervolgen we onze weg. We komen langs een dorp met Torajahuizen van voormalige koppensnellers. Buiten de waterbuffelhoorns zien we ook menselijke schedels als versiering. Toen het christendom zijn entree deed in het Torajagebied werd dit verboden. De schedels kwamen vaak van eigen slaven of van mensen die gestraft moesten worden. Via de route Lempo rijden we naar Batu Tumonga. Batu Tumonga is een enorme berg ten noorden van Rantepao. We rijden de berg via de noordkant op en hebben prachtige vergezichten. We stoppen even bij een wegrestaurantje om wat te drinken en genieten vanaf het terras van het uitzicht. Udin brengt ons met de bus nog verder omhoog. Het uitzicht is overweldigend, groene rijsterassen, met grote rotsen waarvan het lijkt of ze er door een grote hand willekeurig neer zijn gegooid, in de verte hoge donkere bergen. Wat een kleuren, onvoorstelbaar. Eenmaal boven wandelen we via de zuidkant naar beneden richting Tikala. Het eerste gedeelte wandelen we door rijsterassen, zo ver als we kunnen kijken zien we de diverse plateaus met de jonge groene rijst. De vijvertjes die in de terrassen liggen dienen als een extra inkomen, hierin kweekt men forellen. We lopen via smalle zandpaadjes door diverse kleine dorpjes en zien het dagelijkse leven; kinderen gaan naar school, vrouwen doen de was of koken het eten, mannen hakken stenen voor funderingen voor de huizen of werken als smid. Een groepje tienermeisjes wil graag met ons Engels spreken, ze zijn er trots op dat ze deze taal op school leren en willen het maar al te graag uit proberen. Veel te snel zien we onze bus weer staan, Udin moet zijn sudoku puzzel aan de kant leggen, de rit gaat verder. We lunchen bij het Celebes bamboe restaurant nabij ons hotel, een open restaurant met een mooie tuin waar we veel gekleurde vlinders zien. We houden het eenvoudig, een omeletje is voldoende.  

In Nanggala zien we traditionele huizen in een klein dorp. In een van de huizen ligt een overleden vrouw van adel, haar ceremonie wordt groots aangepakt en de voorbereidingen duren nu al 5 jaar. Het dorp heeft vele rijstschuren, allemaal in de traditionele bouw. In de bomen rond dit dorp leven duizenden vliegende honden. We zien de dieren overal aan de takken hangen. Korne zal ze eens even wakker maken en begint met een stuk hout op een van de boomstammen te slaan. Er is in het begin weinig beweging maar als de eerste vliegende honden hun vleugels uitslaan volgt de rest, de lucht ziet er zwart door en Korne heeft schik, evenals wij. Wat een herrie maken die beesten, een en al gekrijs.   

Het begint te regenen en wij keren terug naar het hotel. 2 medewerkers van het hotel spelen een potje tafeltennis en wij willen wel even laten zien dat we dat ook kunnen. We spreken elkaars taal niet maar hebben de grootste lol samen, nadat ze ons ingemaakt hebben is het tijd voor een verfrissende douche.

Vanmorgen vroeg op pad om 08.00 uur verlaten we Toraja. Ons eerste doel vandaag is Palopo een stad met 84.000 inwoners, we volgen weer de Trans Sulawesi route. Even voorbij Palopo in het plaatsje Räda nabij Masamba bezoeken we een krokodillen farm. In deze omgeving schijnen erg veel krokodillen voor te komen, werden ze eerst gedood voor hun huid, tegenwoordig zijn ze beschermd. We stoppen bij een woonhuis met een groot erf. Op het erf hangen 2 boa’s die net gevilt zijn, de huiden worden schoongemaakt en gedroogd. De ingewanden worden verkocht, ze schijnen goed te zijn tegen lever- en darmkwalen. Wat overblijft van de boa is voor de hongerige krokodillen. En wat voor krokodillen, het zijn joekels van beesten en de overblijfselen van de boa’s zijn in rap tempo verdwenen. Van een van de medewerkers krijgen we een krokodillentand, ze zijn blij weer eens toeristen te zien. Via het kleine gehuchtje Wotu, volgens Korne het laatste dorp waar we kunnen lunchen, rijden we door naar Pendolo, nog 90 km naar het Posomeer, ons einddoel vandaag. Eerst moeten we echter de bergen over, het is een lange rit met veel, heel veel bochten. Er lijkt geen eind aan te komen. Op sommige plaatsen is de weg verdwenen door aardverschuivingen, maar we vertrouwen volledig op Udin. We bedenken ons dat dit de enige route (dus de enige weg) is, dorpelingen proberen zelf de weg op te knappen na een aardverschuiving zodat de route open blijft. We komen langs een waterval waar mannen een stuwdam aan het maken zijn, ook hier komt geen enkele machine aan te pas, alles gebeurt met de hand. De stuwdam moet een groot deel van Zuid Sulawesi gaan voorzien van stroom.

Na enkele uren en heel wat bochten verder rijden we via een niet erg indrukwekkende poortboog Centraal Sulawesi binnen. We zitten nu bijna op het hoogste punt van de berg en de omgeving is kaal en rotsachtig hier en daar groeien nog stekelige struiken in de rode aarde. We worden enkele keren aangehouden voor controle, men is hier op hun hoede na de bomaanslagen en schermutselingen tussen Christenen en Moslims de afgelopen jaren. Na een volgende bocht zien we heel in de verte, ver beneden ons het Posomeer, een grote glinsterende lichtblauwe vlakte omringt door bergen. Udin heeft vandaag een zware dag, de route is vermoeiend om te rijden, volgens Korne is Udin echter nog steeds stabiel. Gelukkig maar! We komen op de berg door een klein dorpje, kleine huisjes langs de kant van de weg, het dagelijks leven speelt zich buiten af. Overal hangt was te drogen, op het dak, over de balustrade en uitgespreid op het gras.

Eindelijk na een lange rit dalen we de berg af. Via het kleine stadje Pendolo met haar 4.000 inwoners rijden we naar ons overnachtingadres Mulia Lake resort. Ooit een goed lopend hotel en druk bezocht door oa. Baobab en Foxreizen. Ook nu zijn we de enige gasten. We krijgen een eenvoudig huisje met uitzicht op het Posomeer. Het Posomeer is het op 3 na grootste meer van Indonesië en een van de schoonste meren. Gemiddeld is het meer 400 meter diep. Het meer is zo groot dat we het idee hebben aan zee te zijn, het water is prachtig blauw en de golven kabbelen rustig over het fijne kiezelstrand. Een eindje verderop spelen kinderen in het water, de vissers die hun bamboehengel hebben uitgegooid schijnen zich van het gepoedel en gespetter niets aan te trekken, hopelijk doen de vissen dat ook niet anders wordt het een magere vangst. Helaas, door het wegblijven van de toeristen, is er geen geld om het resort op te knappen en te onderhouden. Jammer, want de huisjes zien er leuk uit en hebben een perfecte ligging. Helaas is er geen stroom overdag en dat houdt in dat de generator voor het water het ook laat afweten, maar ja, we zitten aan een schoon helder meer. 7-up wordt voor ons in een dorpje verderop gehaald, voor een pilsje rijden Korne en Udin terug naar Pendolo, het restaurant is dicht omdat de kok naar Toradja is vertrokken, het regent, maar wij zitten prima op ons balkonnetje en horen de golven van het prachtige Posomeer. Genieten! 

’s Avonds zitten we gezellig op het strand met de lokale jeugd. Een van de jongens heeft een camera-tje bij zich en de nodige foto’s worden gemaakt, het blijft leuk. Korne en Udin komen een pilsje drinken en we praten over Sulawesi, Nederland en wat ons zo al bezig houdt.  

’s Morgens een heerlijk ontbijtje wat bestaat uit goeie sterke koffie en bananenpannenkoek. Om 08.00 uur is het tijd om te vertrekken en rijden we via de oostelijke kant van het Posomeer naar Tentena. De route is wederom erg mooi en afwisselend, van hoge bebossing tot vlaktes waar alleen gras en lage struiken groeien. We zien veel rijst- en cacao plantages. We rijden berg op en berg af en na ± 3 uur rijden naderen we Tentena. Tentena ligt aan de noordkant van het Posomeer en heeft 15.000 inwoners. Voordat we Tentena gaan verkennen rijden we eerst naar het benzinestation, het tanken neemt heel wat tijd in beslag er staat een behoorlijke rij van bussen, auto’s, brommers en vrachtwagens. Het is het enige benzinestation in de verre omgeving. Langs de kant van de weg wordt ook benzine in flessen verkocht maar dit is veel te kostbaar. Aangezien het nog wel even kan duren stappen we uit en hebben binnen de kortste keren weer een leuk gesprek, de eigenaresse van het benzinestation komt een praatje maken, haar naam is Claudia en ze komt oorspronkelijk uit Toraja. Ze wil graag haar Engels opvijzelen (ze spreekt het prima). We kletsen over van alles en nog wat, aan het eind van het gesprek geeft ze mij spontaan haar armbandje, ik weiger maar ze staat erop dat ik het aanneem, zo lief. We nemen afscheid en vervolgen onze weg. Tijd om de centrale markt te bezoeken. Dit is tevens de plek waar in 2005 twee bommen zijn ontploft. Best vreemd om nu op deze plek te lopen. De markt heeft 2 ingangen, de eerste bom ging af bij een ingang en de mensen renden in paniek naar de andere ingang waar enkele minuten later de tweede bom ontplofte, kippenvel bij de gedachte, dat moet verschrikkelijk geweest zijn. Je beseft je dat ze met opzet zo veel mogelijk mensen de dood in hebben gedreven. Het is nu weer een plek waar weinig van de bomaanslagen te zien is. Een grote kleurrijke drukte. De markt is overdekt met zeil en er zijn diverse gangetjes met aan weerszijde uiteenlopende koopwaar, fruit, vlees, vis, kleding, potten en pannen, teiltjes en sponzen in alle denkbare kleuren en speelgoed. Korne schaft een rattenklem aan voor thuis en bij zijn poging om de klem uit te proberen gaat er iets mis en zit z’n vinger tussen de klem. Het ding wordt in ieder geval goedgekeurd, Korne weet nu zeker dat de klem goed functioneert. Buiten de markt zijn nog diverse kraampjes, in één daarvan verkopen ze paniki, oftewel vleermuis. De beestjes liggen geroosterd met de vleugels gespreid op toonbankjes, klaar om verkocht te worden. Ook kun je paniki aan een stokje krijgen.  

Via een Balinees transmigratie dorp, een stukje buiten Tentena, rijden we naar de watervallen. Via een mooie route door dicht bos lopen we het laatste stuk naar de watervallen toe. De watervallen zijn prachtig, met donderend geweld en geluid stort het water naar beneden. De rotsen zijn bedekt met groen mos. We rusten even uit en genieten van het schouwspel. Nadat we enkele foto’s hebben gemaakt rijden we terug naar Tentena. Het is tijd voor de lunch. Kip curry!

Ons overnachtingadres is Tando Bone nabij Tentena het wordt gerund door Annelies, een Nederlandse die al 9 jaar in Sulawesi woont, samen met haar man en 2 kinderen. Via een smal modderig pad rijden we er naar toe. Oeps, een tegenligger, dat wordt lastig op dit smalle pad, na heel wat manoeuvreren kunnen we doorrijden. Nadat we ook de laatste hobbels en kuilen hebben overwonnen stoppen we bij een houten garage waar de bus geparkeerd kan worden. Het laatste gedeelte naar Tande Bone gaat per bootje om de eenvoudige reden dat er geen weg naar toe is en het op een landtong ligt. Bij droog weer kun je via de rijstvelden lopen maar aangezien het de laatste dagen behoorlijk heeft geregend, kiezen wij voor het bootje.

Ondertussen is het begonnen met regenen. De rugzakken gaan onder het zeil op het bootje en daardoor is er geen zitplek meer, staand op het bootje met paraplu in de hand gaan we met z’n allen richting Tande Bone. Het regent nu echt kei hard, maar we hebben de grootste lol en proberen in evenwicht te blijven, wat nogal de nodige moeite kost. Bij het aanmeren kiepert Udin haast van de boot, we komen niet meer bij! Annelies staat ons al op te wachten met paraplu, maar aangezien we al door en door nat zijn….ze heet ons hartelijk welkom en brengt ons naar ons huisje. Dit is volledig ingericht en van alle gemakken voorzien. Het heeft een heerlijk groot terras boven het water. Hier gaan we twee dagen vertoeven, even bijkomen van alle indrukken. We kletsen nog wat met Annelies en halen onze rugzakken leeg zodat alles kan luchten. Ook Korne en Udin hebben zich geïnstalleerd en verheugen zich ook op een vrije dag, en terecht! Eind van de middag komt Annelies nog papajahapjes brengen, gemaakt door haar man. Ze smaken heerlijk! 

De volgende morgen om 05.45 zitten we aan een kopje koffie op ons terras en genieten van het uitzicht. Het meer is rustig en hier en daar vaart een vissersbootje. Er hangt nog een dikke pak mist boven de omliggende bergen maar de zon komt al door. Om 08.00 uur komt Annelies een heerlijk ontbijtje brengen, Indonesische koffie (dus draplaagje onderin), pannenkoeken met jam en honing en vers fruit. Vandaag lekker luieren, boekje lezen, snorkelen. Ook Udin en Korne vermaken zich prima. Aan het eind van de middag gaan ze vissen. De vis wordt vanavond geroosterd, kan het nog verser? 

Vandaag vroeg op om 07.00 uur vertrekken we voor een erg lange reisdag. Na ons ontbijt pakken we de spullen en op de zelfde manier als de heenweg, alleen nu zonder regen, verlaten we het prachtige Tando Bone. We danken Annelies hartelijk voor haar gastvrijheid en samen met haar zoontje staat ze ons uit te zwaaien. Om 07.45 rijden we met ons busje verder noordwaarts. Vandaag is onze eindbestemming Donggala. Poso is de eerste grote plaats die we aandoen er wonen zo’n 47.000 mensen. In deze omgeving zien we veel uitgebrande huizen, dit is het gevolg van de ongeregeldheden tussen de Moslims en Christenen. Het geeft een troosteloze indruk. Vanaf Poso is het nog 250 kilometer naar Palu, de hoofstad van Centraal Sulawesi. We rijden door Dollai, hier wonen veel Balinezen en Buginezen. Hier bevindt zich ook de grootste Balinese tempel van Sulawesi. Vanuit Dollai is het nog 140 kilometer naar Palu. Onderweg is het weer slalommen om kuilen en hobbels te ontwijken evenals de vele honden, katten kippen en koeien. We komen door kleine dorpjes, uitgestrekte weilanden en rijstvelden. Veel afwisseling er is altijd wat te zien onderweg. Na een tijdje begint de vermoeidheid toe te slaan dus besluiten we rust te nemen en vroeg te lunchen het is bijna 12.00 uur. In het plaatsje Torue eten we pittige nasi goreng. Als we even naar een nabij gelegen winkeltje lopen staat de plaatselijke jeugd ons al op te wachten. Foto!

Via Parigi rijden we in één stuk door naar Palu. In Palu aangekomen gaan we eerst naar het kantoor van Lion Air om onze vluchten naar Makassar en Manado te herbevestigen. Korne zegt dat we dat beter zo kunnen doen dan telefonisch. Het is dan ook allemaal zo geregeld. Palu is een grote drukke stad, het is de hoofdstad van Centraal Sulawesi en telt 280.000 inwoners. Veel grote kantoren veel verkeer en veel lawaai. Palu heet een van de droogste plekken van Sulawesi te zijn, behalve vandaag want wij komen aan en daarmee uiteraard ook de regen. Eigenlijk direct als we de stad inrijden begint het met regenen. Korne zegt al dat het vaste prik is waar wij aankomen….eerst regen.           

Het plaatsje Donggala ligt aan zee, kleine straatjes, leuke huisjes met knusse tuintjes. Hier bevond zich vroeger de haven die tegenwoordig in Palu te vinden is. Nog een stukje doorrijden en we komen aan bij Prince John ons verblijf voor de komende dagen. Via een klein poortje lopen we een groot terrein op. De vrijstaande huisjes liggen in een mooie tuin boven op een afgeplatte berg met 25 meter daaronder het strand en de zee. We worden ontvangen door Gabi, de Duitse eigenaresse. Samen met Korne en Udin drinken we een kop koffie in het open restaurant en kletsen wat met Gabi. Zodra we de sleutel hebben ontvangen van huisje nr. 18 (volgens Udin het mooiste huisje) pakken we onze spullen en paraplus. De regen komt echt met bakken uit de lucht. Korne en Udin lopen met ons mee. Eenmaal bij het huisje moeten we Udin gelijk geven, het huisje ligt geweldig en we hebben schitterend uitzicht over zee, zelfs met de regen zien we in het lichtblauwe water prachtig koraal. Dan is het echt tijd om afscheid te nemen van Korne en Udin. Zij moeten de hele weg nog terug rijden en willen tot in Tentena komen! En dan met deze regen…We bedanken deze twee kanjers voor al hun goede zorgen, we hadden ons geen betere gids en chauffeur kunnen wensen! Daar gaan ze… in de stortregen, we staan ze nog lang uit te zwaaien. Dan eerst maar eens kijken hoe het huisje er uit ziet. Het is helemaal van donker hout, heeft een geweldige veranda en binnen is het knus ingericht. Vanaf nu geen douche meer maar een mandibak. Een bak met ijskoud water wat je over je heen schept, het is even wennen maar wel lekker fris! John waagt zich nog een keer buiten en haalt wat pilsjes, hij hoort van Gabi dat het in 7 jaar tijd niet meer zo heeft geregend, dit heeft ze nog nooit mee gemaakt. Verder is ons iets opgevallen bij Prince John…er zijn hier….toeristen! 

De rugzakken kunnen helemaal leeg, er wordt een wasje gedaan en dan installeren we ons op de veranda. Inmiddels is het donker geworden en begint het ook nog eens hard te waaien. ’s Nachts stormt het zo hard dat we geen oog dicht doen. Hopelijk is het morgen een mooie dag, de snorkelspullen liggen al klaar! 

Om 05.00 uur houden we het voor gezien, slapen lukt toch niet meer, het waait nog ontzettend hard. Om 07.15 uur lopen we naar het ontbijt, we zijn al even op en hebben honger en erg zin in een kop koffie. Tijdens het ontbijt, met mierzoete koffie (wel lekker) houdt het op met regenen en spontaan breekt de zon door! Tijd om te snorkelen!!!

Van Gabi vernemen we dat de zware regenval en de storm een gevolg zijn van een typhoon boven Australië. 

De onderwaterwereld is hier werkelijk fantastisch. We dachten dat niets de Malediven zou kunnen overtreffen maar het blijkt toch te kunnen. De diversiteit aan vissen en gekleurd koraal is hier toch groter! We kijken onze ogen uit, zeeslakken in paars, geel en rood met en zonder gekleurde streepjes, vissen in allerlei kleuren en maten. We zien een joekel van een vis, het blijkt een Napoleon Wrasse te zijn. Er wordt vandaag heel wat gesnorkeld en constant zien we nieuwe dingen. Tevens bevinden zich hier in zee kweektuinen voor koraal. Tussendoor wordt er even geluncht en dan weer snel het water in. Aan het eind van de middag is het heerlijk luieren met een boekje op een strandbedje, drankje wordt gebracht, verwennerij! 

De zon schijnt! Om 06.00 uur zijn we op. Na het ontbijt kletsen we nog even met een man uit Duitsland, hij is al voor de 10x bij Prince John maar heeft de rest van Sulawesi nog niet gezien. Hij vraagt wat wij van Toraja vonden daar wil hij toch graag een keer naar toe. Daar kunnen we hem heel wat over vertellen en dat doen we dan ook enthousiast.  

Zodra we de zee inlopen om te gaan snorkelen zien we het al…kwallen, vreemde stroming vandaag. Na een paar uur wagen we het er nog een keer op maar na diverse gratis botox behandelingen houden we het voor gezien. Die beestjes kunnen nog gemeen prikken. Vandaag wordt dus slenteren langs het strand, wij vermaken ons wel! ’s Avonds hebben we een heerlijk diner, vers gevangen garnalen! We blijven nog gezellig bij de bar wat drinken en betalen vast de rekening, morgenochtend vertrekken we om 05.00 uur en de medewerkers zullen dan nog wel slapen, we geven ze geen ongelijk. 

Vandaag worden er vlieguren gemaakt. De wekker gaat om 03.45 uur, wat een tijd, reizen is soms best vermoeiend! We pakken de rugzakken in. Gelukkig heeft Gabi ons een thermoskan met koffie meegegeven de vorige avond oftewel enkele uren geleden. De koffie is nog heerlijk warm en gezoet met de zoete Indonesische melk. Om 05.00 uur staan we in het pikkedonker bij het poortje te wachten op onze taxi. Om 05.10 komt hij eraan, voordat de man is uitgestapt heeft hij al 2 keer “sorry sir” gezegd, “No problem”, we zijn al blij dat ie er is. Binnen een klein uur zijn we op het vliegveld van Palu. We kunnen direct inchecken en krijgen voorrang bij de balie, dat hoeft nou ook weer niet. Een behulpzame heer ziet ons zoeken naar het juiste loket en schiet direct te hulp. De weegschaal voor de bagage bevindt zich bij een ander loket maar men weet geen raad om die weegschaal naar ons loket te brengen zodat we niet nog eens in de andere rij hoeven te gaan staan. Iemand van de security leert ons nog snel enkele woorden Indonesisch, kijkt niet om naar onze handbagage of tickets, we betalen onze vertrekbelasting en dan… is het wachten. Om 07.00 uur vertrekken we met Wing Air naar Makassar. We zitten al in het vliegtuig maar voordat we vertrekken hebben we al een heuse stoelendans achter de rug. Iedereen die binnenkomt gaat maar ergens zitten, totdat er iemand binnenkomt die zijn eigen stoel opeist, dan heb je de poppen aan het dansen. De stewardessen weten zich geen raad met de situatie, wij vinden het eigenlijk wel komisch allemaal. 

De vlucht naar Makassar duurt 50 minuten en voor we het weten zijn we weer op bekend terrein. Hier is het 4 uur wachten op onze vlucht naar Manado. Winkeltjes kijken, kopje koffie drinken, nog eens bij de winkeltjes kijken…..

Precies op tijd vertrekt de vlucht naar Manado, Manado is de hoofdstad van Noord Sulawesi. Ook op dit vliegveld een grote menigte bij de uitgang. Onze gids, Roy, plukt ons er al snel tussen uit. In Manado is het bewolkt maar het blijft warm. We moeten even wachten op ons busje en Roy biedt ons een kreteksigaret aan, die smaakt naar kruiden en laat een smaakje van bubbelgum achter. We rijden door het drukke Manado naar ons hotel. Manado doet niet zo chaotisch aan als Makassar en lijkt schoner. We zien veel kerken, de inwoners van Noord Sulawesi zijn voornamelijk Christelijk, en ook hier weer de blauwe openbaarvervoer busjes. Manado ligt in een soort kom tussen de bergen. We komen aan bij ons hotel Gran Puri. Een super lelijk gebouw vinden wij, maar wel gunstig gelegen. De kamers zijn erg groot, en we hebben weer een badkamer met douche en warm water. Helaas is er geen balkon maar we hebben wel mooi uitzicht op Manado, de bergen en een groot sportveld. We pakken wat kleding uit de rugzak voor morgen en zien dat we illegaal beestjes hebben vervoerd, 2 grote kakkerlakken!

’s Avonds lopen we naar een groot winkelcentrum en ook hier weer veel behulpzaamheid. Na het shoppen bestellen we in het hotel roomservice en kijken nog wat tv. 

Om 10.00 uur staan Roy en onze chauffeur Henkie ons op te wachten. De rit gaat vandaag naar Tangkoko park. Dit park ligt zo’n 2 uur rijden van Manado. Vanuit Manado kun je een grote niet werkende vulkaan zien liggen, achter deze vulkaan ligt Tangkoko.         

Het eerste gedeelte van de route gaat over geasfalteerde weg, het laatste gedeelte gaat echter over een erg slecht zandpad vol kuilen, we krijgen het idee dat Henkie een expert is in het kuilen opzoeken en daar met een noodgang doorheen te rijden. De omgeving is prachtig, veel bergen en veel groen, de zon schijnt! De homestay van Mama Roos, in het dorpje Batuputih, ziet er gezellig uit en de kamers zijn veel beter dan we hadden verwacht. Er is een restaurantje waar ze heerlijke gerechten serveren. De homestay ligt aan de rand van het park. We maken kennis met Mama Roos en gaan eerst lunchen. Tijdens de lunch hebben we een leuk gesprek met Roy en Henkie. Henkie met z’n 1.55 en smalle postuur schijnt boxer te zijn. Ze komen beide uit Manado en Roy doet dit werk al een tijdje, toch blijven we bij hem het gevoel houden dat hij er niet meer zo’n zin in heeft. Hoe lang Henkie al voor het bedrijf werkt komen we niet te weten, aan zijn rijstijl in te schatten zou dit best z’n eerste rit kunnen zijn. Na de lunch besluiten we het dorp in te lopen. Verdwalen kun je niet er is maar één hoofdweg en die komt uit bij de zee. Het dorp ziet er gezellig en gemoedelijk uit. Kleine huisjes met knusse tuintjes ervoor, op de veranda’s kleurige bloempotten met prachtige bloemen. Overal lopen kippen, varkens en honden. Kinderen spelen op het schoolpleintje en wat vooral opvalt zijn de vele vriendelijke mensen. Het dorp wordt gedomineerd door een kerk, deze staat echt midden in het dorp, ervoor ligt het dorpspleintje.

Vanaf de open achterbak van een vrachtwagen roepen en zwaaien er mensen naar ons. Een ervan komt een praatje maken en als ze er achter komt dat we uit Nederland komen weet ze nog maar één ding te zeggen “van Basten?”, ja, beamen wij, die komt óók uit Nederland. 

Terug bij Mama Roos wachten we op onze rancher, zonder kom je het park niet in. Om 15.30 uur vertrekken we te voet naar de ingang van het park en nadat we de entree betaald hebben gaan we op zoek naar het spookdiertje oftwel de Tarsius. De rancher weet ongeveer in welke bomen deze diertjes leven, als je alleen op zoek moet is het bijna onmogelijk ze te vinden. De natuur is prachtig en we zien veel vogels waaronder de neushoornvogel. We wandelen een flinke route en om 17.30 uur als het gaat schemeren lopen we naar het “huis” van de spookdiertjes. Aangezien het nachtdieren zijn komen ze tegen de schemer uit hun schuilplaats om te jagen. Bij de boom hebben zich al enkele mensen verzameld. Het is even wachten maar dan laat het eerste spookdiertje zich zien. Prachtige beestjes! Erg klein met geweldig grote ogen. In totaal zien we er een stuk of 6. Zodra ze uit de boom komen blijven ze eerst rustig zitten, kijken met grote ogen naar de zaklamp en verdwijnen vervolgens in het bos. Pas als het weer licht wordt komen ze terug. 

In het donker lopen we terug naar Mama Roos, we zien onderweg nog vuurvliegjes en lichtgevende paddenstoelen, ze stralen een zacht wit-groen licht. Bij Mama Roos ligt de vis al op de barbecue, we hebben een heerlijke maaltijd met als toetje “klappertaart”. Zo wordt het ook in Sulawesi genoemd. We kletsen nog wat met Roy en Henkie en met de plaatselijke jeugd die zich te goed doet aan de overgebleven klappertaart. Het schijnt goed te smaken met de lokale zelf gebrouwen palmwijn. Wij houden het bij een pilsje nadat we de palmwijn geroken hebben (sterk spul). Ik kom erachter dat ik koraalvis gegeten heb…oeps! Dat was niet de bedoeling, voortaan eerst maar even vragen welk soort vis er op m’n bord ligt.  

We slapen allebei niet geweldig, het is erg warm op de kamer, maar om 04.00 uur gaat onverbiddelijk de wekker af. Tijd om de makaken op te zoeken. Dit keer gaat Henkie ook mee op pad. Met de bus rijden we een eind het park in, wandelend zouden we te veel tijd verliezen. De meeste kans om de makaken  op te sporen is ’s morgens heel vroeg. Nadat we een 20 minuten gelopen hebben horen we de eerste makaken al. Ze zitten hoog in de bomen maar na een tijdje komen ze op hun hoede naar beneden. Deze groep bestaat uit ± 70 dieren en er zijn veel jonkies bij. De kleintjes spelen met elkaar, de ouderen vlooien en houden ons in de gaten. De makaken zien er grappig uit met hun kuifjes. De leider van de groep laat zich zien en laat duidelijk merken dat we te dicht bij zijn. De ranger draagt ons op langzaam naar achteren te lopen. Henkie verschuilt zich achter mij en kan alleen nog maar zenuwachtig lachen, de held! Later horen we van hem dat hij al eens kennis heeft gemaakt met een makaak, van héél dicht bij! Nadat we nog even naar de zee zijn gewandeld verlaten we om 09.00 uur het park. Bij mama Roos staat het ontbijt al klaar. 

Na het ontbijt keren we terug naar Manado en nadat we hier nog wat kleine inkopen hebben gedaan lopen we naar de haven. We nemen afscheid van Roy en Henkie. De boot laat nog even op zich wachten en wij nemen een kleine lunch in een restaurantje/internetcafé. Dit is tevens het verzamelpunt voor de boot naar Bunaken, een eilandje voor de kust van Manado. Langzaam druppelen er wat meer mensen binnen. Om 15.00 uur verlaten we Manado en gaan met de boot naar Bunaken. De boottocht duurt een klein half uurtje. Eenmaal aangekomen moeten we een stukje door het water waden, overal zien we grote gekleurde zeesterren liggen. Bunaken Village Resort is een heerlijk kleinschalig resort, het bestaat uit 8 mooie houten bungalows pal aan het strand. Het wordt gerund door Jochem, een Nederlander, hij woont samen met zijn vrouw op Bunaken. Nadat we een kop koffie hebben gedronken en kennis hebben gemaakt met iedereen krijgen we de sleutel. Onze bungalow heeft een grote veranda met zitje en hangmat en uitzicht op zee. De kamer is knus en gezellig ingericht. Vandaag gaan we het water niet meer in, de onderwaterwereld gaan we morgen ontdekken. 

Om ± 19.30 uur wordt er gezamenlijk gegeten. Het is een gezellige avond met een gevarieerde groep. Sommige komen net aan, en sommige, zoals wij, hebben de reis er bijna opzitten. Na een lange dag houden we het om 11.00 uur voor gezien, hebben we het nog lang volgehouden vanaf 04.00 uur ’s morgens! 

Vroeg in de morgen is er al koffie te krijgen in het restaurant en uiteraard zijn wij daar als eerste bij. Langzaam wakker worden, het zijn tenslotte onze relaxdagen. Na een uitstekend ontbijt huren we flippers en is het tijd om de snorkels op te zetten. Het eerste gedeelte snorkelen zien we al veel gekleurde vissen. Eenmaal bij het koraal aangekomen weten we niet waar we moeten kijken. Wat een kleurenpracht, zowel van de vissen als van het koraal. Hier zien we ook grote koraalplateaus, sommige "tafels" hebben een doorsnee van wel 2 1/2 meter. Bij Bunaken loopt een lang rif en je kunt naar de zogenoemde “wall” snorkelen. Deze steile wand loopt een paar honderd meter recht naar beneden. Als we hier aankomen hebben we het idee dat we een parachutesprong maken. Niet dat we dat ooit gedaan hebben maar zo ongeveer moet dat voelen! Een oneindig donkerblauwe diepte onder je, fantastisch. Overal om je heen hoor je de vissen aan het koraal knabbelen. Er schieten hele scholen felgekleurde vissen voorbij, en voor we het weten zijn we er helemaal door omringd. Door de zonnestralen in het water schitteren de kleuren je tegemoet.  

Onze dagen op Bunaken bestaan grotendeels uit snorkelen en heerlijk relaxen. Een bezoekje aan Bunaken Village, een van de dorpjes op Bunaken, mag zeker niet ontbreken. Het is gezellig om er rond te wandelen en voor je het weet heb je een hele schare kinderen om je heen “portret mister”, zo ontzettend leuk.  

Na boeiende, heerlijke weken is het voor ons tijd om Sulawesi te verlaten. Via Singapore vliegen we terug naar Amsterdam.

Tot slot:

Sulawesi is een heerlijk land om in rond te reizen, een fascinerende cultuur, een fantastische natuur, groene rijstvelden en terrassen, reusachtig donkere granietbergen, buiten dit alles echter, zijn het de vriendelijke, behulpzame mensen die dit land echt uniek maken. Uitgezonderd de gebieden Donggala en Manado/Bunaken, waar je perfect kunt duiken en snorkelen, kom je geen of weinig andere toeristen tegen. Voor ons gevoel is reizen door Sulawesi nog echt "puur" reizen. Stel je open voor de mensen en het land en je krijgt er zo veel voor terug.